"Big Cheese"

Vroeger was The Cheese in Engeland een synoniem voor kwaliteit. Tegenwoordig betekent cheesy iets smoezeligs, kunstmatig of riekend. In de 19e eeuw was het tegendeel het geval. Cheese of cheesy wordt in John Camden's The Slang Dictionary (1863) omschreven als: "Anything good, first-rate in quality, genuine, pleasant or advantageous" (vrij vertaald: iets goeds, eerste klas kwaliteit, echt, prettig of in het voordeel werkend).

Big Cheese logo

In andere literatuur staat vermeld dat chiz wordt toegepast in Hindoestaanse en Perzische talen in de betekenis van 'ding'. Ook is beschreven dat de uitdrukking that's the Stilton een zelfde betekenis heeft als that's the cheese. In de vroege 20e eeuw doet the cheese zijn entree in de Verenigde Staten, en daar werd het populair. De eerste referentie naar Big Cheese in de betekenis van rijkdom of faam komt van "O. Henry" (William Sydney Porter), in Unprofessional Servant (1910): "Del had crawled from some Tenth Avenue basement like a lean rat and had bitten his way into the Big Cheese... He had danced his way into fame in sixteen minutes."






 
Big Cheese Webworks